Association of Investment Professionals in the Netherlands
My membership

Niets menselijks is ons vreemd

Back to recent publications

Rond de eeuwwisseling bestond er nog vertrouwen in de financiële sector. De intenties en resultaten van banken, verzekeraars en pensioenfondsen werden positief kritisch gevolgd, maar aan de integriteit van de bedrijfsvoering werd nauwelijks getwijfeld. Sinds de dot-com crisis en de kredietcrisis is weinig van het vertrouwen in de financiële sector over. Verwoede pogingen van de instellingen, wetgevers en toezichthouders ten spijt, het vertrouwen lijkt sindsdien alleen maar te zijn afgenomen.

Maar wat heeft nu echt het maatschappelijke probleem veroorzaakt? De rode raad is nagenoeg altijd menselijk handelen. Waarbij in mijn ogen het menselijk handelen met als doel het verkrijgen van financiële rijkdom vaak de belangrijkste drijfveer is. Of het nu de bestuurder van de financiële instelling is die een woekerpolis laat verkopen, of de koper van die polis die bergen van goud verwacht. Of het nu de bankier is die een gesecuritiseerde hypotheek verkoopt, of de koper van deze mortgage backed security die verwacht financieel beter te worden van de toekomstige kasstromen. Of het nu een florist is die een net gezaaide tulpenbol verkoopt, of de kleine zelfstandige die droomt van snelle rijkdom. Hoe complex of eenvoudig de handelswaar ook is, de aanleiding van incidenten in de markt is vaak de drang om financieel gewin te bereiken. Zowel vanuit het perspectief van de koper als van de verkoper.

Nu is het merendeel van de ontstane weten regelgeving erop toegespitst om de stabiliteit van het financiële systeem te waarborgen. Bijvoorbeeld Basel, FTK, Solvency, EMIR en AIFMD zijn allen grotendeels gericht op het borgen van ruim voldoende financiële buffers voor instellingen en beleggingsfondsen, dan wel het reguleren van transacties, opdat het financiële systeem niet onder druk komt te staan. Maar is de doelstelling van een stabiel systeem wel passend voor het oplossen van de ongewenste situatie gegeven de aanleiding hiervan? Is dit afdoende? Natuurlijk kijkt de AFM in Nederland aanvullend ook naar het gedrag van de financiële instellingen. En ook de focus op professionaliteit staat terecht hoog op de agenda van de toezichthouders. Echter daarmee richten de wetgever en toezichthouder zich op de zorgplicht van instellingen en de integriteit van haar producten en is er slechts zeer beperkt aandacht voor de verantwoordelijkheid van de koper met haar of zijn wens en drijfveer. Daarom denk ik dat er nog wel wat te winnen valt in de afstemming tussen aanleiding, doelstelling en instrumentarium en twijfel ik aan de uiteindelijke effectiviteit van het huidige stelsel aan maatregelen.

Toch begrijp ik als geen ander dat de internationale wetgevers en toezichthouders de laatste dertig jaar maatregelen hebben genomen. ‘Mensen geloven in zekerheden, helaas’ liet Peter Borgdorff optekenen in het NRC van 6 december 2020. Ik sluit me daarbij aan. Wet- en regelgeving beloven zekerheid te bieden in de vorm van een duidelijk kader. Ook begrijp ik vanuit een praktisch oogpunt heel goed dat de aanbodzijde, oftewel de instellingen, worden aangesproken op de zorgplicht en niet de consumenten. Wat mij daarbij wel opvalt is dat de principes en open-normen plaats hebben moeten maken voor specifieke regels. Ook valt mij op dat de definities soms weinig betekenis hebben, zoals bijvoorbeeld die van leverage onder AIFMD. Dit maakt het speelveld voor mij vaak te juridisch. Het leidt af van de materiële discussie en maakt risicomanagement voor mijn gevoel vaak te binair. Het is zeker zobelangrijk om naar de ‘mens en zijn gedrag’ binnen dit systeem van regeltjes te kijken.

Ik kan mij dan ook niet aan de indruk onttrekken dat wij ons begeven in een wankel evenwicht. Het systeem en wij zijn in mijn ogen nog steeds kwetsbaar. Vanuit mijn kant, die van de financiële instellingen, hoop ik dat we – als sector – vanuit intrinsieke motivatie meer focus zullen leggen op het leveren van een lange termijn bijdrage aan de samenleving. Hierbij zouden we kwetsbaarheid, integriteit, professionaliteit en transparantie ten toon moeten spreiden. De consument zou ik willen vragen om in de zoektocht naar voldoening niet het ongewenste te vragen van financiële instellingen. Tenslotte leiden ongewenste vragen en te hoge verwachtingen tot ongewenste prestatiedruk bij financiële instellingen. Een betere bescherming dan een constructieve en eerlijke dialoog tussen klant en dienstverlener is volgens mij niet denkbaar en voor de wetgever en toezichthouder maken we het leven een stuk makkelijker. Ik gruwel alleen al bij de gedachte aan de bureaucratie die volgt wanneer financiële instellingen, vanuit de zorgplicht, consumenten (nog meer dan nu) formeel moeten examineren alvorens zij een ‘standaard’-product vanaf de plank mogen verkopen. Dan kunnen we het geld beter stoppen in een ècht maatwerkproduct.

 

in VBA Journaal door

Download
Subscribe to our newsletter